Binnen en Buiten – een Fotoverhaal

Hij ligt op zijn rug. Het is vroeg in de ochtend en het licht strijkt bleek over zijn borsthaar, de welving van zijn buik, de navel. Ze leunt op haar elleboog en vraagt zich af wat de buik haar zegt.
Ooit had ze op een hond gepast. Als ze de voordeur achter zich dicht deed, liep Zuri haar kwispelend tegemoet. Zodra ze haar hand uitstak om hem te aaien, rolde hij om en toonde haar zijn kwetsbare buik. Overgave.
Ze ligt naast de man die plotseling in haar leven is opgedoken. Elk vanuit hun eigen bestaan zijn ze de lange reis begonnen om van twee levens één te maken. Een reis naar dit moment, hij op zijn rug, de ogen gesloten, rustig ademend. Haar hand rust licht op zijn buik, niet wetend welke weg ze hem wil laten gaan.
Ze duwt haar wijsvinger in de navel en mijmert over wat aan deze dag is voorafgegaan. De ontmoeting, de gesprekken, de aantrekkingskracht, het terugtrekken, de onverwachte vervreemding van het oude leven, het gevoel van onvermijdelijkheid. Met deze man in bed liggen, is thuiskomen. Zo dicht tegen elkaar aan dat ze niet weet waar hij ophoudt en zij begint.
Als. Als hij het niet koud heeft en zij warm en ze moeten kibbelen over hoe hoog de thermostaat moet staan. Als zij maar geen komkommer en pasta wil eten terwijl hij daarvan griezelt. Als zij niet haar kleren in de slaapkamer zou laten slingeren en hij ze steeds achter haar kont op moet ruimen.
Dan nog verdwijnen ze in elkaar.
Nu is het ochtend. Ze voelt dat afstand moeilijker is dan nabijheid. Als ze naar de slapende man kijkt, kan ze alleen haar hand een brug laten slaan.
Want. Het grijze ochtendlicht houdt haar ogen buiten, ze ziet geen contouren, ze voelt alleen maar hoe de buik weerloos bleek ademt onder haar hand en haar vertelt over kwetsbaarheid en overgave. Als ze rechtop gaat zitten, trekt de navel haar aandacht naar binnen. Daar vermoedt ze kracht, tederheid en passie.
Buiten en binnen.
Kwetsbaarheid en kracht.
Wat hij laat zien.
Wat zij wil aanvaarden.

Marianne Eerdmans, Najaar 2013

Advertenties